Examenonderdelen

Het examen bestaat uit 2 onderdelen:

  • Kennis en inzicht in de wetenschappen (KIW)
  • Generieke competenties (GC)

Kennis en inzicht in de wetenschappen (KIW)

Dit examenonderdeel peilt naar je kennis en inzicht in de wetenschappen, toegespitst op de vakken biologie, fysica, chemie en wiskunde. Het examen test voornamelijk je inzicht.

Deze competenties komen aan bod:

  • Afleidingen maken op basis van een aantal gegevens.
  • Problemen en grafieken analyseren.
  • Snel een nieuw begrip opnemen in je verworven kennis.
  • Gedreven zijn om een probleem op te lossen.

Je mag geen elektronische rekentoestellen of andere hulpmiddelen gebruiken. Grootheden, symbolen en eenheden worden gebruikt volgens de geldende SI-normen. Op het examen krijg je een formularium met nuttige constanten, logaritmen, kwadraten, goniometrische getallen en formules.

TIP

De leerstof is afgestemd op de tweede en de derde graad van het algemeen secundair onderwijs. Ga na of er eventueel tekorten zijn in je curriculum zodat je ze kan bijwerken.

 

Generieke competenties (GC)

Dit examenonderdeel peilt naar algemene competenties die voor een toekomstige arts of tandarts belangrijk zijn. Het bestaat uit 2 toetsen:

CLEAR

CLEAR staat voor Conflicthantering, Luistervaardigheid, Empathie, Aandacht, Reflectie en Respect. Het toetst je communicatieve competenties.

Je krijgt vijftien casussen over situaties waarmee een adolescent in aanraking kan komen: in familie- of vriendenkring, tijdens een stage of studentenjob of in een jeugdbeweging of sportclub.

Deze aspecten komen aan bod:

  • Persoonlijke aandacht geven aan de ander en respectvol met elkaar omgaan.
  • Je inleven in de situatie en in de belevingswereld van de ander.
  • Constructief communiceren binnen een (familiaal) relatienetwerk, met aandacht voor loyaliteit en waardigheid van alle betrokkenen.
  • Een constructieve houding aannemen in conflictsituaties en situaties met hevige emoties of uitzichtloosheid.
  • De gevolgen van je eigen gedrag inschatten in een relationele situatie met kwetsbare personen.
  • Een onderscheid maken tussen objectieve feiten, interpretaties ervan en subjectieve beleving.

VAARDIG

VAARDIG staat voor Verbinden, AnAlyseren, ReDeneren, InteGreren. Je krijgt vragen over een korte wetenschappelijke tekst met bijhorende figuren over een gezondheidsthema. Voor sommige vragen kan je het antwoord direct uit de analyse van de tekst of figuren afleiden. Voor andere vragen moet je diepgaander redeneren, nieuwe verbanden leggen of verschillende delen integreren.

VAARDIG bestaat uit 2 delen:

Deel 1:
Je beantwoordt 15 vragen over de teksten en de bijhorende figuren. Je mag de teksten zo vaak als nodig herlezen. Je mag geen informatie noteren om tijdens het tweede deel te gebruiken.

Deel 2:
Je krijgt 10 nieuwe vragen, maar je kan de teksten niet meer raadplegen. Je beschikt wel nog over de figuren. Je beantwoordt de vragen op basis van de informatie die je onthouden hebt.